Reisverhaal «zuid Thailand deel 2»
Zuidoost Azië
|
Thailand
|
9 Reacties
30 November 2013
-
Laatste Aanpassing 05 Februari 2014
We vertrekken met regen in
Krabi. Tijdens de 185 km die we vandaag
rijden, zien we blauwe lucht, grijze en zware wolken, weer blauwe lucht en zon,
regen.

Wegens het slechte weer
willen we eerst bij het stuwmeer van Khao Sok National Park kijken om te
beslissen of we hier blijven of toch maar verder naar het noorden doorrijden. Het valt mee, de zon schijnt, de bootjes zijn
niet echt beschermd tegen de regen, maar we blijven hier toch de volgende
nacht.
We rijden naar het dorp Khao Sok en onderweg zien we warempel nog een olifant
die echt werkt, niet zomaar voor de show.
Hier is een rubberplantage, op een helling, achteraan in een vallei. De bomen zijn oud, meer dan 30 jaar en
leveren (bijna) geen rubber meer. De
eigenaar verkoopt de bomen, blijkbaar wordt het hout voor meubels gebruikt,
maar is het niet erg sterk.
De bomen worden omgezaagd ,maar geen enkele (vracht)wagen kan ze hier komen
ophalen. Daarom wordt een olifant en
mahout ingehuurd. Ze krijgen samen 250
Baht (6,25€) voor het verplaatsen van 1 ton hout. Als we ruwweg schatten doen ze zo 3 of 4
bomen per dag, de rest van de dag moet het dier eten en per boom is er veel
sleepwerk. Het dier ploetert door de
modder. Ocharme , zou je denken, maar
niets daarvan. Hij of zij vult de slurf
vol met modderwater en sproeit het herhaaldelijk uit op zijn/haar eigen rug. De olifant ziet er dus smerig uit.
De mahout roept of schreeuwt de bevelen, de olifant luistert gedwee. Het is immers een huisdier…. .
Bij de ingang van het Khao Sok Nationaal Park is er een heel dorp met lodges, enkele restaurants en winkels,
een massagesalon en een brug over de rivier.
Wij zitten een beetje
afzijdig dit dorp gehuisvest, ongeveer 1,5 km, meestal modderbaan.
’s Morgens is het erg grijs
als we vertrekken in het dorp Khao Sok.
De rit naar Thakun, de toegang tot de dam en het stuwmeer, is 48 km en
ondertussen verandert het weer naar redelijk.
In Thakun betalen we voor de trip en pikken we de gids op, een Engelssprekende
Thai die ook nog vogelliefhebber is.
Men kan, via een organisatie of reisbureau dagtochtjes maken op het meer met
bezoek aan een grot. Er zijn ook
overnachtingsplaatsen, deze aan het meer zijn steevast rafthousen, hutten die
op het water drijven.
We hebben een rafthouse op één uur speedboot varen van de dam besteld. Daar is het rustiger, en van daar kunnen we het meer met
al zijn zijarmen uitgebreid bezoeken.
Hier wordt ook weer reclame
gemaakt met “Guilin van Thailand”. Maar
het gedeelte steile karstrots is eerder beperkt.
We varen een zijarm naar het noorden in om de Pakarangrot te bezoeken. Vanaf de aanlegplaats, is het ongeveer 1u
stappen, wat op en weer neer. Vermits
het nogal geregend heeft de dagen voordien, is het pad modderachtig en soms
glibberig.
Na de wandeling komen we bij een “verscholen” meer, dat via een grot in
verbinding staat met het grote meer, en op dezelfde hoogte ligt. Dit meer ligt omgeven door steile
rotsen. Er is een kleine vlottende
nederzetting en hier stappen we op een bamboeraft dat (modern) door een motor
wordt vooruit gestuwd.
De tocht duurt 10 minuten en
dan gaan we weer aan land voor een korte klim naar de grot met
druipsteenformaties.

de druipsteenformaties worden nog steeds
gevormd. De druppel water is daar het
bewijs van, het minuscuul klein beetje kalk zet zich af en het water valt naar
beneden. Op 100 jaar groeit zo een
formatie hier 1 cm
Verder maken we nog een
namiddag rondvaart in een zij-arm, de volgende ochtend een (letterlijk)
dauwtrip en een langere rondvaart in weer een andere zijarm.
We zien sporadisch een vogel.
Het rafthouse zelf heeft een vijftal mooiere hutten en een aantal oudere. De beambten van het nationaal park koken, wassen en ruimen op, en hun familie die steeds maar paden of een
aanlegplaats bijbouwen, wonen zelf in een groot gebouw op het vaste land.

het rafthouse waar wij overnachten
We hebben geluk met het weer,
enkel tijdens het begin van de namiddaguitstap een 15’ durende douche zodat de
kledij druipnat is. Nadien droogt ze
weer wat op.
Een echte zonsopkomst kunnen we niet fotograferen, daarvoor zijn er te veel
wolken, die later door de zon worden opgelost..
Rond het meer zijn enkele
vogels te zien, maar telkens zeer ver af, dus moeilijk om een scherpe foto te
nemen
Het westelijk gedeelte van
het meer heeft geen spectaculaire karstrotsen.
Hier kan men de rivieren en beken zien die ontstaan geven aan het
stuwmeer. Daarvoor moet de kapitein wel
in de steeds smaller wordende zij-arm varen.
Er zijn 8 rivieren die het meer voeden en ook een groot aantal beekjes. Wij bezoeken zo én zijarm met één
beekje. Hier varen we te midden van de
jungle zoals op een smalle rivier.
De tocht is echt de moeite
waard!
Eens terug van de tocht op
het meer rijden we verder richting noordoosten en dan noorden. Net zoals in het zuidelijk deel van Thailand
zijn er ook hier zeer veel rubberplantages en nog meer oliepalmvelden. We
rijden ook langs verschillende bedrijven waar de olie geperst wordt uit
de oliepalmnoten.
Uiteindelijk rijden we nog
tot Chumphong, een stadje van ongeveer 60.000 inwoners aan de Golf van
Thailand.
Doordat er bijna geen wolken zijn, dus helder blauwe hemel, is het ook erg
klaar en licht, iets wat we in ons donkere en koude België vele maanden moeten
missen.
’s Avonds zien we dat de
politieke problemen in Thailand ook in de Vlaamse kranten aandacht
krijgen. Het is hier echter zeer
moeilijk om precies te weten wat oorzaak en gevolgen zijn van dit al enkele
jaren durende zeer. Iedereen en alles is
gekleurd, ofwel rood (rode hemden-groep) ofwel geel (gele hemden-groep). De leider van de rooshemden is Thaksin, die al jaren in ballingschap leeft.
Thaksin Shinawatra is een Noord-Thai die in 1949 geboren werd. Hij
was eerst politie-officier en studeerde nadien in de VS, met een beurs van de
Thaïse regering, criminele rechten.
Eens terug in Thailand
stortte hij zich in de zakenwereld en einde de jaren 80 stond hij aan het hoofd
van een succesvol telecommunicatie-imperium.
Hij ging in de politiek en stichtte zijn eigen partij “de Thais houden van de
Thais” of Thai Rak Thai. Zijn partij was
(is) officieel tegen de corruptie. Hij won de
eerste vrije verkiezingen en was eerste minister van 2001 tot 2006, toen een
militaire machtsgreep plaats vond.
Ondertussen zorgde Thaksin ervoor
dat hij, tijdens officiële bezoeken, erg belangrijke contracten voor zijn eigen zaken op zak kreeg.
Op dit en soortgelijke zaken
kwamen vele protesten, ook in de erg vrije Thaïse pers en radio/TV
stations.
Die pers, radio en TV nam hij dan maar over en ontsloeg direct elke criticast.
Hij was (is) een erg
populistisch figuur. Aan de arme boeren
gaf hij geld zodat zij een bedrijf konden starten, hij richtte een soort
geneeskundige zekerheid op door , in ruil voor een klein bedrag, gratis
geneeskundige zorgen te voorzien. Een
groot deel van de, vooral arme, Thai bevolking stemde dus voor hem, ook
tijdens de volgende vrije verkiezingen.
O.a. na de tsunami trad hij erg ingrijpend op en oogste goede kritiek.
Maar heel zijn zakenimperium was
een duistere kluwen en de anti-corruptie dienst van Thailand kreeg van hem geen
goed uitleg hoe hij zijn rijkdom had opgebouwd.
Hij en zijn familie zijn de rijkste Thai.
Ook zijn hardhandig optreden
tegen bvb. de zuidelijke moslimminderheid zorgde voor negatieve reacties.
Maar de grote groep arme
bevolking steunde hem onvoorwaardelijk.
De beslissing van de familie
om een deel van het telecomimperium te verkopen heeft tot zijn val geleid. Op de 1,9 miljard werd immers geen bath belasting
betaald!
Omdat de kritiek op hem steeds toenam, ging hij in ballingschap deels in Londen
en deels in Dubai. Maar feitelijk bleef hij
aan de macht in Thailand. Hij zorgde ervoor dat zijn jongste zus verkozen werd. Zij is nu eerste minister. Maar tijdens die verkiezingen boycotte de
tegenpartij de verkiezingen, zodat er te weinig stemmen werden uitgebracht. Van de stemmen die toch werden geteld haalde
zijn partij veruit de absolute meerderheid.
Maar steeds weer worden die verkiezingen ofwel betwist, ofwel ongeldig
verklaard.
De regering, de roodhemden, willen hem amnestie verlenen zodat hij terug kan
keren. Maar de oppositie, de geelhemden,
betogen nu weer, omsingelen regeringsgebouwen, willen de overheid lam
leggen. De politie krijgt opdracht van
de regering en neemt 3 leiders van de geelhemden gevangen. Nog meer protest. En dan beginnen sommige geelhemden baldadigheden uit te voeren waardoor en intern conflicten ontstaan in die partij.
Ook de roodhemden komen
samen, in het grootste stadion van Bangkok.
Volgens de roodhemdbronnen zouden er 1 miljoen van hun aanhangers naar
het stadion komen. Hoe het
verdere verloop zal zijn moeten we afwachten.
Voorlopig gaat de regering geen geweld gebruiken tegen de oppositie.

Chumphon is enkel een overnachtingsplaats.
We rijden verder richting noorden tot bij het Sam Roi Yot Nationaal
Park, of het nationaal park van de berg met zijn 3000 toppen.
Sam Roi Yot is een vrij klein
nationaal park dat tussen de zee, de kust aan de Golf van Thailand, en de
doorgaande weg ligt. Het is een bergachtig
gebied met moerasland. Hier strijken
tussen september en november ongeveer 300 vogelsoorten neer, een groot deel
ervan komen uit het koude China, Siberie en Europa op hun trek naar warmere
streken, sommigen tot in Australië.
Op het moment dat we van weg
4 afslaan richting nationaal park, komen we in een andere wereld terecht. Hier is bijna een aaneenschakeling van
garnalenkwekerijen, de darnalen die we kennen als diepvriesproduct en verkocht wordt
onder de naam gamba’s, scampi’s, zoetwatergarnalen enz.
De garnalen worden hier
gekweekt, gevist en geselecteerd op grootte.
Dan worden ze een korte tijd in ijswater gehouden en gaan dan in vaten
de koelwagen binnen. Sommigen gaan naar
lokale markten zoals naar Bangkok. De
meeste gaan naar bedrijven die ze invriezen en verpakken.
Het kweekproces vraagt veel zoetwater en zorgt voor vervuiling van de bodem en
de zee waarin het vervuild water geloosd wordt.
Milieuverenigingen proberen de kwekerijen te verbannen, maar zo te zien
is dit nog helemaal niet gelukt.
Tegen valavond rijden we naar
de wetlands van het nationaal park.
Onderweg, bij de garnaalkwekerijen, zijn er meer vogels te zien dan bij
de wetlands.
Het gebied is via loopbruggen en schuilhutten toegankelijk gemaakt voor het
publiek.
Het is een mooi gebied.
Maar we zien 2 jongens die blijkbaar zonder betalen in het park binnen kunnen,
met stokken daken vernietigen en met stenen vogels dood schieten. Het resultaat drijft omgekeerd op het water!
Van Sam Roi Yot naar Hua Hin is de afstand minder dan 100 km.
We volgen de kustweg naar het noorden. Eerst gaat die nog langs Han Sam Roi
Yod. De weg loopt langs de zee. Aan de andere kant van de weg liggen hotels
en resorts, afgewisseld met vissershuizen.
De zee is vrij ruw en men probeert op vele plaatsen of wat strand bij te
vormen, of de weg te beschermen tegen afbrokkelen door de golven. Dit gebeurt door zware rotsblokken aan te voeren,
hier en daar beton te gieten, kleinere rotsblokken en dikke plastiek netten te
storten,…. .
Op verschillende plaatsen zien we één of twee mannen met
grote netten aan een stok. Ze slepen de
netten over de grond in de eerste meters zee.
De netten hebben heel fijne mazen zodat de kleine garnalen opgevist
worden.
Op het strand zijn er dan mensen die enerzijds de garnalen spoelen, anderzijds
alle vuil verwijderen, een langdurig en minutieus werk.
De garnalen worden gebruikt om vissaus te maken, een product dat zeer veel
toegevoegd wordt aan voedsel. Maar voor
het zover is, staan de garnalen met nog wat toevoegsels voor 3 maanden te
stinken in een grote tobbe, een geur die voor ons vreselijk is (ook de vissaus
ruiken we liever niet).
We rijden langs een vissershaven bij Khao Kalok, beschut door een rots van124m hoog. Het geheel hier oogt erg kleurrijk.
Iets verder is er de Summanawas tempel met een uniek uitzicht.
De vissers van Pak Nam Pran, een voormalig vissersdorp, nu
een toeristisch stadje, gelegen aan de zuidzijde van de Pranburi rivier, vangen
zeer veel inktvis, vooral kleine exemplaren.
Die worden mooi uitgespreid op grote kaders met kippendraad en te drogen
gelegd in het stadje zelf.
De Pranburi rivier is belangrijk voor zijn mangrove
ecosysteem. Vrijdag bezoeken we, vanuit Hua Hin, de verschillende biotopen
per boot (met een elektromotor om de biotopen niet te storen).
Uiteindelijk komen we
terecht in Hua Hin.
Hua Hin is de oudste
zeebadplaats in Thailand. Vroegere
koningen (vanaf de jaren 1920) hadden hier hun buitenverblijf.
De huidige koning is oud en zijn gezondheid laat de wensen over. Hij woont nu in het koninklijk paleis van Hua Hin. Om hem te beschermen liggen er 3 schepen van de marine voor de kust, en politie is overal in de stad zichtbaar, en blijkbaar ook onzichtbaar, aanwezig.
Maar de opgang van de stad kwam er vooral na de aanleg van de spoorlijn van
Bangkok naar Maleisië. De rit duurde
toendertijd 3 dagen waarbij er ’s nachts
gestopt werd en de reizigers overnachtten in chique spoorweghotels. De eerste overnachtingsplaats was Hua
Hin. Het voormalige spoorweghotel is
ondertussen overgenomen door Sofitel en straalt nog al zijn glorie uit. Het hotel telt 207 kamers en voor een bedrag
tussen 320 en 350€ per nacht heb je een kamer.
Ik stap er naartoe, de
bewakers vragen wat ik wil doen. Ik zeg
hen eens een kijkje te willen nemen.
Maar komen kijken, … dat mag niet.
Enkele minuten later zeg ik hen dat ik in het museumcafé een koffie wil
gaan drinken (gelukkig vermeldt de reisgids wat je daar kan gaan doen) en dat
kan wel, mits mezelf inschrijven in een register. Eens binnen vraagt er niemand nog wat, dus kan
ik rustig rond wandelen en foto’s nemen. De dure koffie laat ik aan mij voorbij gaan.
Binnenkort, van 29 november
tot 1 december, is er een show van mooie
oldtimers, en dat ter ere van de verjaardag vaan de koning op 5 december. De auto’s worden momenteel aangereden en
opgesteld.
Meer noordelijk van dit hotel
ligt de oude stad. Overal in deze stad,
een chique badplaats in Thailand, zien we enerzijds bejaarde koppels blanken,
die hier komen overwinteren, en anderzijds blanke, wat oudere mannen met hun
Thaise vrouw en soms hun kinderen.
De overwinteraars vinden hier
een warm klimaat, een stad vol restaurants en allerlei soorten winkels. Blijkbaar zijn er nogal wat Scandinaviërs.
In het straatje waar ons hotelletje (4 kamers) gelegen is, staan er allemaal
huizen met 2 verdiepingen. In bijna elk
van die huizen woont een blanke, oudere man, met zijn Thaïse vrouw. Sommigen
hebben ook nog kinderen, en dan zie je dus opa-figuren met hun eigen kroost.

de straat waar ons guesthouse in gelegen is,
allemaal huizen met een gelijksvloerse en een eerste verdieping. Sommigen hebben wat meer inhoud, andere wat
meer terras
Jonge blanken zijn hier niet
te zien, tenzij ze als kinderen van .. meekomen.
In de oude stad zijn er naast
de vele restaurants, sommige Italiaans, Duits, Frans, Zwitsers, Spaans of
Mexicaans, ook heel wat massagesalons “maaaadam, massaaaaag?”. Verder zijn er veel kleermakers, een beroep
dat hier vooral door Indiërs wordt uitgeoefend.
Ze maken een kleed, kostuum, jas, bloeze, hemd, … aangepast aan de maten
van de klant en in een stof door de klant gekozen, in 24u. De prijs van een herenpak is 75€, stof inclusief.
Hua Hin is een stad die zich aan haar blank cliënteel heeft aangepast.
En geen probleem mocht je
ook willen komen, blanken ouder dan 55 jaar die een vast verblijfsadres kunnen
opgeven, krijgen een visum voor vele maanden.
Mermaid cruises, de
organisatie waarmee we de tocht op de Pranburi rivier maken, komt ons in het
guesthouse ophalen. Eerst krijgen we een
overzicht van de dag vanaf een uitzichtpunt waarbij de Pranburi rivier goed te
zien is. Deze rivier ontspringt in de
bergen, ergens bij de grens met Myanmar.
Wat verder is er een dam, niet voor een waterkrachtcentrale, wel als
waterspaarbekken. De rivier is naar de
monding toe, breed en diep, zodat ook zeevissersschepen er een beschutting
kunnen vinden.
De zeevisserijschepen zijn kleurrijk en zwierig gebouwd.
Ze gaan voor 3 weken de zee
op, meestal in de Golf van Thailand, soms ook wel naar Maleisië. De boten
hebben geen vriesruimte, dus de vangst kan niet lang bewaard worden. Daarom komt er om de één tot twee dagen een
boot langs, die ijs aanvoert, en de vis meeneemt naar Pak Nam Phra.
De bemanning van de boten
zijn Burmese jongens, soms zelfs nog kinderen.
Ze werken op de schepen als moderne slaven. Hun identiteitskaart, als ze die al hebben,
wordt door de “baas” bijgehouden. Het
loon is minder dan minimaal en ze moeten, ook als ze terug zijn, steeds aan
boord blijven.
Het probleem bij deze
visserij is de diameter van de mazen van het net. Die
zijn zo klein dat er zo ongeveer alles mee gevangen wordt, ook zeer kleine
visjes, zeeschildpadden en dolfijnen.
Het vangen van de zeer kleine
visjes is er oorzaak van dat er te weinig vissen volwassen worden, en er dus
(bijna) geen nakomelingen meer zijn.
Hierdoor moet er steeds verder gevaren worden om vis te vinden.
De zeeschildpadden geraken ze
ook wel kwijt, waar weten we niet.
En de Japanners zijn dol op
dolfijnenvlees, daar is dus wel een zwarte markt voor.
’s Morgens varen we het
mangrove-gebied binnen.
Daar waar er nog bewoning is, is de rivier één
open riolering. Verderop komt er vooral
één type mangrove voor. Na een tijdje
stoppen we bij een aanlegplaats en van daar is er een houten wandelweg, zeer
mooi aangelegd, die door het mangrovegebied gaat. We zien een aantal kleine mangrovekrabben,
maar de wenkkrab is niet te zien.

in een boom zit een grote groep
Bruinkopbijeneters
In dit gebied waar vele
(exotische) vogels voorkomen, zijn er ook mensen die het absoluut niet zo nauw
nemen met de natuur. Zij bouwen een hoog
bouwwerk met in de bovenste verdieping een opening. Via microfoons is in de hele omgeving van het gebouw, het
gezang te horen van vogels tijdens de voortplantingsperiode. Hierdoor worden die vogels aangetrokken (op
zoek naar hun partner die zo mooi zingt) en vliegen ze binnen door de opening. Dan komen ze in een versmalling terecht (iets
zoals een fuik bij vissers) en vliegen ze letterlijk in de val. Een uitweg is er niet meer. De vogels worden dan in een kooi gestoken en
verkocht voor prijzen, afhankelijk van het soort vogel, gaande van 50 € tot 5.000 €! De meeste van die vogels worden in Thailand
verkocht want al je je rijkdom wil tonen doe je dat door een dure vogel in een
bamboekooi in je huis of tuin te hangen.
Sommige van die vogels komen ook op de wereldmarkt terecht.
Ondanks de dure bouw van de
vogelval, kan de eigenaar al na één goed seizoen, voor de rest van zijn leven
rentenieren.

de vogelval
Een ander corruptieschandaal
uit de periode van het eerste ministerschap van Thaksin, is te zien langs de
boorden van de Pranburi rivier. Corrupte
mensen maakten een luxeplan op voor zeer rijke inwoners van Bangkok. Hier, in alle rust in de natuur, zouden luxe
huizen gebouwd worden met alles er op en er aan, inclusief hangars voor hun
kleine vliegtuigen en een vliegveld, jachthaven, … . De corrupteurs vonden een aantal rijken die met hen in
zee gingen en 10% borg blokkeerden op hun rekening. Hiermee kon de bedenker van het plan bij de
bank een super lening loskrijgen. De
werken begonnen, maar na een korte tijd ging de manzogezegd failliet.
Een tijd later begint een familielid hetzelfde spelletje, maar nu zonder geld
van de rijken, maar met een deeltje van de lening. Ook de bankdirecteur krijgt fors geld en
tekent een nieuwe lening. Dit spelletje
ging zo enkele familieleden rond. Hele,
lege gebouwen staan er hier, ook het vliegveld en de hangars zijn klaar. De economische crisis kwam en er veranderde
niets meer. De banken onderhouden de
lege, onvoltooide gebouwen en hebben er bewakers bij gezet, in de hoop van hier
en daar wat te kunnen verkopen. Maar dat
laatste lukt blijkbaar niet.

één van de vele tientallen gebouwen die hier leeg
staan
Vrijdagavond vieren we
afscheid van onze chauffeur. Zaterdagmiddag zet
hij ons immers af in Bangkok en keert dan naar huis terug in Vientiane, de
hoofdstad van Lao.
Op de terugweg naar Bangkok
komen we verschillende politiecontroles tegen.
Bij één ervan moeten we stoppen.
De politie ziet er hier eerder uit als een militair met helm en wapen
bij zich. Omdat de chauffeur in
Thailand, in tegenstelling tot Lao, rechts zit, open ik het raam. De man begint tegen mij te spreken in het
Thai. Het gesprek verloopt als volgt
Politieman :van waar kom je
vandaag?
Chauffeur: van Hua Hin
Politieman (nog steeds tegen
mij): heb je een rijbewijs?
Chauffeur: ik heb er één
Politieman: waarom?
Chauffeur: omdat ik de
chauffeur ben
En dan kijkt de politieman
ongelovig. Pas daarna valt zijn baht dat
ik niet de chauffeur van de auto ben en hij verontschuldigt zich.
De chauffeur geeft hemdan zijn
internationaal rijbewijs, maar dat is in de Engelse taal opgesteld, en voor de
politieman onleesbaar.
Politieman: wat is dit?
Chauffeur: mijn
internationaal rijbewijs
Politieman: van welk land ben
je?
Chauffeur: van Lao
Waarschijnlijk was dit de
eerste maal in de man zijn leven dat hij beseft dat er ook anders gebouwde auto’s
bestaan een dat er zelfs ook buurlanden zijn van Thailand
We hebben er nog een tijdje
om gelachen