Reisverhaal «provincies Malaga en Cordoba»
Andalucia
|
Spanje
|
2 Reacties
22 Oktober 2021
-
Laatste Aanpassing 23 Oktober 2021
5. provincie Malaga
We rijden op zaterdag van de provincie Cadiz naar de provincie Malaga, een kleine 300 km. We blijven hier iets meer dan een week, in Torrox Costa.

kaart van de provincie Malaga waarop onze verblijfplaats en plaatsen welke we bezoeken, onderlijnd zijn
Torrox Costa ligt aan de Middellandse Zee. We maken een lange wandeling op de dijk, Stephan op het strand met de voeten in de zee.

de vuurtoren welke het oostelijke einde van het strand van Torrox Costa markeert

zicht op het strand van Torrox Costa

hier dichtbij heeft men een begraafplaats in de ondergrond terug gevonden, daterend uit de 4de-5de eeuw n.C. Voorheen was hier een zoutfabriek. De begraafplaats diende voor een familie

hier dichtbij zijn de ruïnes opgegraven van een oven waarin keramiek gebakken werd

er zijn gedeelten van het strand waar zonnekloppers een ligstoel met parasol kunnen huren. Een nabijgelegen bar zorgt voor spijs en drank

in palmbomen, moeilijk te zien tussen de bladeren, vliegen papegaaien af en aan

weinig mensen wandelen op het strand

het einde van het strand van Torrox-Costa wordt gevormd door de vallei van een bergrivier, welke praktisch continu droog staat. Een houten brug overspant de rivierbedding

we keren langs dezelfde weg terug naar de vuurtoren

dichtbij de vuurtoren zien we een zuil. Hier wordt de Meridiaan van Greenwich aangeduid. Geen wonder dat het hier ’s morgens lang donker blijft en ’s avonds langer licht
Frigiliana is een dorpje dat iets in het binnenland ligt boven Nerja

zicht op Frijiliana

het is vandaag zondag, mensen zitten samen om alles te bespreken

het dorp is erg steil, de meeste straten bestaan uit trappen

op zondag middag gaan vele families op restaurant (vanaf ongeveer 14u tot later dan 16u)

daarbij is Frijiliana erg toeristisch. Het dorpje ligt niet zo ver van Nerja, waar het zelfs nu, half oktober, erg druk is met Noord-Europeanen, Britten, Duitsers, Nederlanders, Belgen, …



er is een uitzichtpunt waar we het dorpje kunnen overschouwen

het dorp ligt in een erg vruchtbaar gebied, er is water voor landbouw

de huizen lijken op elkaar gestapeld zoals blokken uit een blokkendoos

planten en bloemen, en de blauwe kleur van het schilderwerk geven een altijd-zomers-beeld


Het Sint-Antoniuskerkje werd in 1676 gebouwd. Al snel worden de schaduwen langer, de zon staat immers niet meer (bijna) loodrecht


een doodlopend zijstraatje

de Oude Bron uit 1640 ligt op een binnenpleintje


na vele trappen klimmen en dalen komen we weer beneden in het dorpje

Tot de gemeente Antequera hoort het natuurgebied El Torcal, een heel speciaal natuurgebied

het gesteente hier is kalksteen. Ooit was hier zee, na geologische activiteiten werd een gebergte gevormd. Door erosie van dit gebied wordt het huidige landschap verkregen

200 miljoen jaar geleden was hier zee, de afzettingen stapelden zich op en door de druk werd er beetje bij beetje kalksteen gevormd

20 miljoen jaar geleden, de periode waarbij de Alpen gevormd werden, werd ook dit gebied opgestuwd (doordat de Afrikaanse plaat en de Europese plaat botsten). Lagen werden geplooid, door de druk kwamen er breuken in de lagen, er ontstond het begin van de karst

wind, sneeuw en regenwater zorgden voor erosie, het kalkgesteente loste heel langzaam op. Het huidige landschap is het gevolg van al deze verschijnselen


wij volgen het gele pad, ongeveer 5 km lang. Waar ook het groene pad samen met het gele loopt, is het pad eenvoudiger te bewandelen. Eens voorbij het groen is er wat meer klimmen en dalen bij, is de bodem veel meer rotsachtig en is het landschap meer indrukwekkend

wanneer we hier aankomen, op grotere hoogte, is het erg killig en winderig. Gelukkig verkoopt men hier (blauwe) plastiek jassen die ons beschermen tegen de koude. Wat later echter schijnt de zon weer volop zodat we de jasjes opbergen


Crocus serotinus, de saffraankrokus, bloeit hier in het wild, tijdens de herfst



onze wandelstokken zijn hier welkom






sommige kloven zijn toegankelijk, andere zijn nog niet helemaal open

hoog op de rotsen zijn we een steenbok


een wijfje staat een eind verder op een rots
We zetten ons op een rotsblok met de picknick. Plots springt het wijfje voor ons weg en loot weg op rotsen


wat later maakt het mannetje aanstalten om te verdwijnen, we zien hem nog even een heel eind verder en dan is hij weg

de weg gaat door een nauwe rotsspleet, we kunnen er met de rugzak toch door





Aan de zuidzijde van El Torcal stroomt de Guadaalorce-rivier. Ten noorden van Alora, bij Ardales werden enkele stuwmeren gebouwd om waterkrachtcentrales van water te voorzien. Om de arbeiders toegang te geven tot dit gebied werd een pad in en tegen de hoge rotsen aangelegd. De arbeiders welke het pad aanlegden waren mariniers welke voordien op zeilschepen in de masten klommen en hier op steil terrein moesten werken . Hier in dit gebied werd het pad aangelegd tussen 1901 en 1905.
4 jaar voordien werd er door het gebied een spoorweg aangelegd, in bijna even moeilijke omstandigheden. De spoorweg was de enige manier om ertsen uit de mijnen rond Cordoba te vervoeren naar de fabrieken in Malaga. Voordien was dit gebied enkel in gebruik bij herders en jagers.
Het pad in dit gebied wordt de ‘Caminito del Rey’ genoemd, omdat de toenmalige Spaanse koning, Alfonso XIII hier per trein werd aangevoerd en over een gedeelte van het paadje stapte om de waterkrachtcentrale in te huldigen.
Het pad is ongeveer 7 km lang, 2/3 is goed begaanbaar en breed, ongeveer 1/3 van dit pad hangt tegen de rotsen. Voor dit gedeelte moet men een toegang reserveren, weken vooraf (online). Iedereen is verplicht om het pad noord-zuid te volgen, van de toegang in Ardales naar het eindpunt El Chorro in Alora
We zetten de auto op een parkeerplek bij het eindpunt, een bus brengt ons naar het beginpunt via een erg kronkelende weg.

het stuwmeer bij Ardales

eens bij de kiosk in Ardales is er de keuze tussen 2 wandelwegen, een moeilijke van 2,7 km en een gemakkelijker van 1,5 km. Wij kiezen voor het laatste

eerst gaan we door een tunnel uitgehouwen in de rotsen. De grond is bedekt met een plankenvloer en er schijnen kleine vloerlichten


mooi uitzicht op de omgeving

de rotsen bestaan uit kalksteen, met de nodige grotten en openingen en dikwijls erg steil of afgeschuurd

bij de eigenlijke toegang tot de Caminito del Rey (Paadje van de koning) worden we uitgerust met een haarnetje, een helm, een ontvanger en oortjes. Mondmasker is officieel verplicht, maar verderop draagt niemand het

gauw komen we bij de stuwdam, hier zijn nog resten te zien van vroegere structuren

de eerste kloof


beneden in de diepte het water, links het pad, ongeveer 50m hoger gelegen


waar het mogelijk is groeien planten. Ze hebben heel weinig grond, toch groeien ze goed

de ganse constructie van het pad, dat zo ongeveer een 10-15 jaar geleden werd vernieuwd, hans gefixeerd aan de rotsen


in de holten van de rotsen aan de overzijde hebben de rotsduiven hun nest

diep onder ons zien we het water van de Guadalhorce

boven ons hoge overhangende rotsen

hoog boven ons cirkelen gieren rond. Vroeger was hier veel voedsel voor de gieren, nu worden ze bijgevoederd

verder zien we een brug, gespannen over de kloof

aan de overzijde snelt een trein voorbij

onze gids vertelt in het Spaans, af en toe wordt een deeltje in het Engels vertaald

nu zijn we dichter bij de brug. Deze brug werd gebruikt door koning Alfonso XIII toen hij vanuit de trein hier kwam om de centrale in te huldigen

het grootste gedeelte van de bergen zijn ooit loodrecht geplooid. Hier verloopt de plooiing schuin

de wandeling loopt door 3 kloven, tussenin is het landschap wat weidser




een klein meertje, een heel biotoop als basis voor de voedselketen in dit gebied

hier een Joannesbroodboom, de zaden zijn voedsel voor geiten en andere plantenetende zoogdieren

De peulen van de Joannesbroodboom bevatten zaden welke het gewicht hebben van 1 karaat, de maat voor het gewicht van goud, zilver, diamant

wat verder zit een kikker op een klein meertje vol eendenkroos




onder het huidige pad, het oude pad

de brug waar de wandelaars nu de kloof oversteken

het gesteente is hier kalksteen, ooit was hier zee/oceaan. In de wand zien we de afdruk van een ammoniet, een inktvisachtige soort uit de periode 250 tot 300 miljoen jaar geleden

wat verder, hoger op de rots, zijn de versteende resten van 2 ammonieten te zien

we steken de brug over

onder de brug is een kunstmatige waterval

voorbij de brug gaat de wandeling verder langs een bijna verticale rots


de loodrechte wand


beneden bevindt zich de elektriciteitscentrale

het pad langs de loodrechte wand
Na dit pad met trappen neer en op komen we aan het uiteinde van de Caminito del Rey. Na nog bijna 2 km stappen komen we terug bij de auto
6. provincie Cordoba
Het is een bijna 200km lange weg van Torrox naar Baena, vooral via de snelwegen.

op de kaart van Andalucia is de provincie Cordoba aangeduid

we bezoeken Baena en Zuheros, beiden op de kaart aangeduid
Baena is vooral bekend om het ecologische olijfoliebedrijf Nuñez de Prado.

de toegang tot het zeer verzorgde bedrijf


aan beide zijden van de toegangspoort bevinden zich burelen

de binnenkoer, alles keurig …

… en fleurig

Het bedrijf is gesticht in 1795 als de Santa Maria Olijfoliemolen. De verwerking van de olijven tot olie gebeurt hier op de traditionele manier.

Lokaal met vaten, deels bovengronds, deels ondergronds uit 1795


deze vaten waren onderaan conisch

de ondergrondse installaties kan men door de glazen bodem zien

bovengrondse metalen tanks
De beste olijfolie die hier verkregen wordt is de ‘Flor’, de bloem van de olie. Deze olijfolie wordt verkregen doordat de olie natuurlijk uit de olijven komt wanneer de groene olijven in langzaam ronddraaiende vaten worden gebracht. Men heeft 10kg olijven nodig om 1 liter Flor te bekomen

Deze Flor wordt verpakt in flesjes, glas of steen, van 0,5 liter. Elke fles draagt een label van oorsprong en een uniek nummer waarmee de olie kan geïdentificeerd worden. Hier is de huidige afvulmachine te zien

de flesjes worden voorzien van een kurken stop

ze worden nadien voorzien van een zegel en een document met uitleg

daarna komt er een etiket op de flesjes. Deze flesjes Flor worden nadien naar Japan geëxporteerd
Nadien komt de eerste persing waarbij de ‘extra vergine olijfolie’ wordt bekomen. Hierbij worden de gewassen olijven in een molen gebracht waarbij de vruchten door 3 conische molenstenen worden geperst. Hierbij wordt de pit niet verbrijzeld.

molen

twee van de drie molenstenen
Nadat de olie geperst is wordt ze in vaten gebracht waarbij de waterige fase en de oliefase door het verschil in dichtheid, van elkaar worden gescheiden. Hierbij komt de waterfase onderaan in het vat (hogere dichtheid) en de olie bovenaan. De olie loopt over en komt in een tweede vat terecht, waar weer de waterige fase onderaan blijft en de oliefase bovenaan. Dit gaat zo verder tot de olie volledig helder is. Deze olie komt dan terecht in ondergrondse opslagtanks.
Het familiebedrijf bezit 2 grote olijfgaarden, één van 700 hectare (de Groenplaats in Antwerpen is 1 hectare) met 1 miljoen olijfbomen, het tweede telt 60.000 olijfbomen.
De olijvenoogst start dit jaar op 8 november en loopt tot begin januari. 2021 is maar een jaar met matige opbrengst omwille van de droogte.
Op dit bedrijf worden 3 olijfsoorten gemengd: Picudo voor het aroma van de Flor, Hojiblanca voor de zachtheid en Picual bitterheid en de duurzaamheid. De olijven worden met de hand geplukt.
Zuheros bevindt zich op een 25-tal km van Baena. Het mooie witte dorp is rustig gelegen, een eindje van de doorgaande weg verwijderd

rond het dorpje zien we aan de zuidzijde hoge rotsen002 tussen de hoge rotsen bevindt zich de Bailon-vallei die langs een grot gaat. De grot is enkel tijdens het zomerseizoen te bezoeken op selecte momenten. De grotten waren al bewoond in het Bronzen tijdperk

aan de noordelijke zijde van het dorp zien we enorme olijfgaarden, waaronder deze van Nuñez de Prado uit Baena

hoog boven het dorp bevindt zich een ruïne

rotsen iets ten zuiden van Zuheros

de parking bevindt zich net voor de toegang tot Zuheros


het is klimmen vanaf de parking



na een stevige klim komen we bij de ruïne van een oud kasteel

van het uitkijkpunt hier hoog in het dorpje hebben we een weids uitzicht

hier bij de rots, bevindt zich ook de kerk van Zuheros

het kasteel hoog op een rots (op maandag geen bezoek), in de 9de eeuw gebouwd door de Arabieren. Tweemaal is het kasteel aangepast en gerenoveerd, de laatste maal in de 15de eeuw


aan de overzijde van het huidige plein, naast de kerk, op een rots, is er een tweede gedeelte van het vroegere kasteel

bij het kasteel is er een mirador met zicht op de omgeving

het kasteel torent hoog boven de omliggende velden

een mooi, maar erg rustig dorp met weinig toerisme

hier kleuren de sinaasappelen al geel